Waarom kiezen vertalers en masse voor een terugkeer naar de horigheid, de slavernij in de middeleeuwen?

Waarom betalen ze er zelfs voor?

Is hier sprake van beschadigd instinct?

* * *




 

 

 

 

 

 

 

 

 























































































































































































































 

 

 

 

 









Doet zijn natuurlijke intelligentie onder voor de onze?

Ik denk eerder dat hij allemaal dingen weet en begrijpt die wij niet weten of begrijpen.

Wij mensen hebben de macht, bepalen de geschiedenis, planten ons explosief voort - vernietigen. Wij zijn dommer, een paar 'taoïsten' daargelaten.

Deze orang-oetang is Elmo genoemd. Zou hij zijn moeder kennen? Hij is in mensenhanden.




















Deze weblog
gaat verder op:
Bartho Krieks blog


16 augustus, 2009
De denkers van de jungle
Onze achterneven die we aan het uitroeien zijn, wij Nederlanders o.a. met onze palmolie (ook verkocht door veel zogenaamd ideële natuurwinkels) en ons vele tropisch hardhout (Nederland, een klein land, behoort tot de topgebruikers wereldwijd).

Zie de website 'Primates helping primates'

1 augustus, 2009
Het wonder
Het zijn bijzondere momenten als je begint te beseffen dat je gekrabbel van weken of maanden ergens toe leidt. Eerst kun je het nog niet geloven, je weet niet of het een illusie is die desillusie wordt. Het is als een beeld van schuim dat in jouw wereldzee ontstaat. Al die belletjes kunnen uiteenspatten en dan is er minder dan niets.
Je begint het beeld met tastbaarder zaken te concretiseren: inktvlekjes op papier waar almaar meer scheppings- en zeggingskracht van uitgaat. En op een gegeven moment weet je: dit wordt een roman.

En dan gebeurt het wonder: alle mogelijke pijnlijke en onverteerbare zaken, waar een mens normaal onder gebukt gaat, zijn bijna van het ene op het andere moment niet alleen verteerbaar maar welkom en wenselijk; je kunt ze gebruiken in je boek-in-wording. Opeens ben je met al die ellendige dingen, dat hele menselijke tekort, domweg blij.

Daarna komt nog de katharsis van voltooiing en publicatie; de ultieme bevrijding voor de solipsist die gelegen is in de communicatie van diepgevoelde conflicten met de buitenwereld, maar dat is allemaal na het wonder.

11 februari, 2008
Zijn vertalers intelligente wezens?
Ofwel: hoe krijg je het laagst mogelijke tarief?

Om vertaler of ondertitelaar te zijn, moet je meer dan gemiddeld intelligent zijn - een open deur. Maar wat voor intelligentie is dat? Waarom kiezen vertalers in grote aantallen voor een horigheid die we uit de middeleeuwen kennen, en van de Zuid-Amerikaanse koffieboeren?

In de natuur vormen dieren vaak groepen. In een school heeft een vissen een grotere kans om te overleven dan als individuele vis. Een zwerm spreeuwen kan zelfs roofvogels afschrikken. In duizenden generaties hebben die 'domme' dieren zich onwillekeurig aangepast aan de natuurlijke feiten. Alle genen die niet voor de veiligere groep kozen zijn geleidelijk geëlimineerd.

Vertalers lijken daarentegen alleen maar samen te troepen om hun eigen lot te verergeren. Als je als vertaler lid wordt van Translator's Café, Proz.com of de nieuwe, zich brutaalweg 'Take a coder' noemdende 'groep', kunnen en zullen opdrachtgevers jouw tarief onmiddellijk onder druk zetten. Immers, deze bedrijven zijn vertalersveilingen, waar de opdrachtgevers de hoogste productiesnelheid voor de laagste prijs kunnen krijgen. Het gevolg: de tarieven zullen dalen, en blijven dalen, tot het absolute minimum is bereikt - het slavernij- oftewel crepeerminimum.

Het is uiteraard slim van de zakenmensen achter bovengenoemde 'groepen' om vertalers ertoe over te halen hun slaven te worden. Maar waarom zouden die vertalers zo dom zijn om dat te doen en er nog voor te betalen ook? En wat betekent zo'n ontwikkeling voor de kwaliteit van hun werk? Die kan toch ook alleen maar slechter worden?

Ongeveer tegelijkertijd dat vertalers hun lot vrijwillig verslechteren, hebben 'simpele', zogenaamd minder intelligente koffieboeren in Zuid-Amerika het juk van de drugsbazen afgeworpen, vaak na een lange strijd waarbij veel eigen bloed vloeide. Zij gaan de andere kant: zij emanciperen. Hun voornaamste emancipatiemiddel: kwaliteitskoffie.

Ik kan maar één, min of meer natuurlijke reden bedenken waarom vertalers in zo groten getale lid worden van dergelijke veilingachtige groepen: een overleefde angst om alleen te zijn, en een even overleefd geloof dat het beter en veiliger is om op te gaan in de grote massa.

Handig spelen de 'groep'-sites op die angst en dat geloof in met feel-goodmiddelen als babbelforums, kennisforums, bijeenkomsten en erelidmaatschappen...

* * *

12 september 2007
Een zich vergalopperende would-be literatuurpausin

In 2000 verscheen Hollandse fado bij een enthousiaste uitgeverij Atlas. Kort daarna besloot een Fonds-commissie tot niet-toekenning van aanvullend honorarium. Een van de argumenten: een commissielid had zich gestoord aan 'het exotisme van Huizing'. Het personage Huizing viel op een donkere vrouw, en zijn verlangens werden de auteur door het deskundige commissielid euvel geduid.

Na een brief op poten was het Fonds bereid toe te geven dat dat misschien wel ietsje te ver ging, en besloot 'een vervangend advies in te winnen bij Nelleke Noordervliet'.

In haar oordeel schetste deze van-dik-hout-zaagt-men-plankenexpert enkele categorieën waarin Hollandse fado diende te vallen: die van een 'historische roman, waarbij het verleden de spiegel wordt voor het heden', 'het tijdloze, boeiende verhaal van een innerlijk conflict', of een verhaal vol 'verlangen en tragiek, verbeeld door de Fado'.

Het arme boek viel helaas niet in een van de door haar als toelaatbaar verordonneerde sjablonen, en zij besloot:

zich vergalopperende 'deskundige'

De auteur, perplex van deze curieuze, omgekeerde kijk op literatuur, staarde lang naar de handtekening van de directeur van het Fonds, fraaie krullen die deze gotspe legitimeerden.

Waarom bijna zeven jaar later op deze website? Omdat hij het nog steeds bijna niet kan geloven, al heeft hij het ontegenzeglijk zwart op wit.

* * *

10 september 2007
De 'presentator' op filmgebied & ondertiteling

In februari jl., en opnieuw in augustus, heb ik getracht Ronald Ockhuysen van Cinema.nl en de filmredactie van de Volkskrant met onderstaande brief te bereiken. Ik heb nog gebeld naar de Volkskrant en een collega gesproken, maar zelfs tot een antwoord heeft Ockhuysen zich niet verwaardigd.

Dus moet ik wel concluderen dat hij een soort 'presentator' is en wel wil meeliften en mooie sier maken met alle aandacht rond films, maar niet van zins is zelf ook maar enige nuttige bijdrage te leveren. Jammer. Hier de brief, waarop ook de VPRO-redactie ondanks herhaalde toezending het niet nodig vond te reageren. Hieronder een bijna woordelijke versie van de brief - zodat het gezien wordt en niet onopgemerkt blijft.

logo FFF

Haarlem, 26 februari 2007
Geachte  Ronald Ockhuysen,
Wij schrijven u namens ruim 200 Nederlandse professionele ondertitelaars, verenigd in het Forum Freelance Filmvertalers, zeg maar onze beroepsvereniging.

In navolging van de literaire vertalers, willen wij u bij dezen in overweging geven in uw dvd-rubriek in de beoordeling een opmerking over de kwaliteit van de ondertiteling mee te nemen. Het kan toch bijna niet anders of u en uw collega's moeten zich af en toe behoorlijk hebben geërgerd aan de kwaliteit van de ondertiteling op dvd’s die zij bespraken. Volgens ons is het voor de lezer ook nuttig om te weten als het echt heel belabberd is – wat vaak gebeurt.

Het hoeft allemaal niet eens onderbouwd te zijn, als het maar redelijk is. Het effect van zo’n simpel zwart stipje in een rij van vijf en een enkele kritische opmerking kan enorme invloed uitoefenen: immers, dan wordt ondertiteling opeens ook commercieel belangrijk. Soms zullen die paar woorden toch nog lovend uitvallen, want ondanks de inmiddels lage tarieven leveren veel ondertitelaars nog steeds heel goed werk af.

U en wij zijn bondgenoten wat betreft het in verdrukking verkerende geschreven woord. Ondertitels zijn de meest gelezen teksten en van groot educatief en maatschappelijk belang. De kwaliteit van de ondertiteling staat al jaren zwaar onder druk. De hoofdreden: de tarieven staan al meer dan 20 jaar stil als gevolg van de marktwerking. Als wij niets doen, zal de kwaliteit van de ondertiteling nog verder achteruitgaan – in de richting van van ondertitel-ontwikkelingslanden als Brazilië, China, Thailand enzovoort. Het is zaak te redden wat er te redden valt.

Mogen wij op uw medewerking rekenen? Daar zouden wij zeer blij mee zijn vanuit onze betrokkenheid bij het vak en de maatschappij.

Ter illustratie het volgende, zeker niet overdreven en zeer illustratieve geval, gemeld door de koopster van een dvd van een in de media veelgeprezen Amerikaanse serie:

'Ik heb er zo’n hondervijftig euro voor betaald: een luxe dvd-box van The Sopranos, maar dan heb je ook wat, dacht ik: The Sopranos is een kwaliteitsserie, met zorg gemaakt, met sublieme dialogen en fantastisch acteerwerk.   
De box is fraai, de serie prachtig, maar er is iets dat ongelofelijk stoort: de belabberde ondertiteling. Bij de eerste afleveringen komen er al meteen enorme taalfouten voorbij zoals ‘Wat vindt jij?’ en ‘Vind u het akelig?’. Ontbrekende interpunctie, foutief geplaatste dialoogstreepjes (waardoor  je terug moet spoelen om te horen wie nu wat zei), en een rommelige indeling – het zit er vol mee, en bij zo’n kwaliteitsserie verwacht ik juist verzorgde ondertiteling.
Erger nog zijn de inhoudelijke fouten. De dialogen zijn in het origineel prachtig en vaak heel humoristisch. Lastig te vertalen ook, zeker. Maar als je een maffiabaas zijn vijand een ‘strunz’ (‘voddenbaal’ of ‘stuk stront’) hoort noemen, en je ziet in de ondertiteling ‘sufferd’ staan, en je stuit de hele tijd op dit soort dingen, dan voel je je bekocht.
Een man wordt gemolesteerd omdat hij zegt dat de grote baas ‘aan de chemo zit’. De agressie bevreemdt, want over die chemokuur heeft iedereen het al vanaf het begin; het blijkt dan ook om een grove belediging te gaan, de ondertitelaar heeft het totaal verkeerd verstaan. Zo is ‘My boy at Comley’ vertaald met ‘m’n maat Comley’,  terwijl Comley de naam van een vervoersbedrijf is, wat iedereen nog van de vorige aflevering weet. Even verderop zijn twee mannen het in de ondertitels roerend met elkaar eens terwijl ze het overduidelijk níet met elkaar eens zijn. 
En zo kun je doorgaan. Ik voel mij dus zwaar bekocht. Ik zou de hele box willen terugbrengen en dan niet mijn geld terugkrijgen, maar een nieuwe box met daarop een sticker:  nu met verbeterde ondertiteling!'

Namens onze vereniging-in-wording FFF
Werkgroep PR
Bartho Kriek
Erna Auf der Haar
Joop Maes

29 augustus
Presentatoren en verering
Samenlevingen eren mensen die prestaties leveren. Vroeger werden deze helden toegejuicht op dorpspleinen, tegenwoordig hebben we de media.

En op tv hebben we de mengeling van spreekstalmeester en dorpsomroeper die presentator heet om onze helden te interviewen.

Maar wat gebeurt er? Na een paar maanden op de buis heeft onze presentator opeens charisma, is een tv-persoonlijkheid, een beroemdheid. Hij of zij - idealiter een zo leeg mogelijke huls - een zo onpersoonlijk mogelijke persoon, wordt de grootste held van allemaal, wordt de contradictio in terminis 'tv-persoonlijkheid'.

Ze moeten bij akelig nieuws wel het gewenste ernstige, bedrukte of bedroefde gezicht trekken en bij goed of leuk nieuws de opgewekte of zelfs olijke versie van hun gezicht. Zij zijn daartoe graag bereid.

En met zijn allen kijken we naar programma's van tv-persoonlijkheden met tv-persoonlijkheden over tv-persooonlijkheden. De eigenlijke helden van de maatschappij hebben ze dan niet meer nodig, wij ook niet meer?

Is dat zelfrelativering? Zelfspot? Ik ben bang dat mijn naïeve ik deze vraag stelt en dat het voor hen de ridderslag is, hun opname in onze tv-persoonlijkheidsadel.

Het zegt wat over onze behoefte aan vereren. Wij zijn niet zo'n nuchter volkje. Ook dat is doen alsof.

16 augustus
Tergend

(bericht aan 207 leden tellende organisatie van freelance ondertitelaars – cc naar publiek@nps.nl )

Vanavond is de (in mijn ogen geweldige) film Dogville weer op NL 2. Die was ook op tv toen de NPS zo vreselijk in z’n voortbestaan werd bedreigd. Ik had solidair getekend toen ze daarom vroegen. Was de NPS immers niet dezelfde zaken toegedaan als ik?

Later zag ik Dogville pontificaal aangekondigd - met een uiterst belabberde bioscoopvertaling eronder gefrommeld. Dat deed pijn, ik was nog wel solidair met de NPS geweest!

Dus ik de gordijnen uit en in mijn toetsenbord geklommen: een mailtje aan die door de overheid gesubsidieerde (dus door ons betaalde), betrokken kwaliteitsprogrammamakers.

Nooit meer iets van ze gehoord.

Later zag ik de film weer voorbijkomen, weer die ondertitelvertaling die echt niet kan - een ‘hoon over het naamloze lijden van de ondertitelaars en kijkers’ (vergeef me de door Schopenhauer ingegeven germanismen). Over “kwaliteit en lef” hebben ze het op http://www.omroep.nl/nps/html/overdenps.html Verdient de NPS niet 100 boze ingezonden brieven? Of zitten ze daar dan om te lachen?

En mijn naïeve, in de mens gelovende ik piept: zouden deze zelfbenoemde ‘cultuurdragers’ vanavond weer die belabberde ondertitelvertaling uitzenden? Ik durf niet te gaan kijken, maar hoor het wel van een van jullie.
Bartho

5 augustus 2007
Natuurlijke intelligentie, en van wie?
We doen vaak dik met onze wetenschap, maar wat weten en begrijpen we eigenlijk? Vermoedelijk heel weinig. Vermoedelijk zijn we meer blind dan ziende.

Wie deze foto bekijkt - een vier dagen oude orang-oetang, bezig iemand iets duidelijk te maken - moet zich wel verbazen:

Elmo, vier dagen oud en aan het communiceren...

...
Beweeg de muis hier voor mijn commentaar...

23 juli 2007
Een taoïstische zomergaste in tijden van kruistochten

'Dat die domme Chinese leiders nog steeds niet beseffen dat ze de democratie moeten omhelzen' - zo ongeveer lachte Joris Luyendijk cynisch, heel weldenkend NL achter zich wanend.

'Volgens mij,' zei Bettine alleen maar, 'zijn ze nog steeds bang voor chaos.'
Joris, hoofdschuddend over zoveel onbenul: 'Kun jij hier problemen mee krijgen? Dat je dit hier zegt?'

Vraag een Aziaat naar zijn mening en je krijgt een antwoord in de wij-vorm.

Wij hier proberen uit alle macht weer wat 'wij-vorm' in onze samenleving te krijgen.

En onze weldenkenden willen ons laatste redmiddel, het medicijn 'democratie', aan het Oosten opdringen, waar de ziekte nog helemaal geen epidemie is. Helemaal het tegendeel van de geest van Lau-tse's Tao Te King, ofwel Laozi - Daodejing.

Desnoods met geweld. Irak als front... De tijd van de kruistochten nog niet voorbij.

14 juli 2007
Schromelijk overschat: Almodóvar, Hable con ella
Door de gefolterde stieren had ik 'm nog steeds niet gezien, deze film die zo geweldig moest zijn. En op een avond is hij op tv en denk je: vooruit laat ik niet arrogant zijn en dat meesterwerk gaan zien.
Maar ik had een veel te hoge dunk van al die lovende, diep gemoveerde medemensen: wat een geschmier.
Clever gebruik van muziek, díe raakt de mensen.
Een filmer die goeie muziek weet uit te kiezen, meer is Almodóvar voor mij niet.
Het gejeremieer bij Benigno's graf - onbegrijpelijk dat zo veel mensen dit knullige, platsentimentele stukje kitch 'goed' of 'mooi' vinden, is voor mij totaal onbegrijpelijk. Geef mij maar Alejandro Amenábar (Abre los ojos, Tesis, Mar a dentro).

10 juli 2007
Hoe dealen met de Bovag?
Het is even slikken als je reclamespotjes van de BOVAG ziet. De valsheid die ervan afdruipt, het vertrouwen dat al zo vaak door de geachte leden van de Bovag is beschaamd. Wat kun je daar tegenover stellen? Ergernis en gemopper? Dan ben je wederom slachtoffer.
BOVAG, bond van gauwdieven...


Aforismen

Wat belangrijk was
O, wat was het belangrijk allemaal,
en wat doet het een pijn
als het minder belangrijk wordt.

Tijdmachine
Schokkend is het vertrouwen
waarmee een bejaarde
de huis-aan-huiskrant leest.

Melancholicus en pragmaticus
de melancholicus houdt zijn ogen open
als de pragmaticus ze voor het gemak even sluit.

Schrijvers
Schrijven maar één boek: hun verzameld werk.

Goede boeken
Bij goede boeken lijkt de tijd stil te staan of niet te bestaan.

Mr. Stevens in De rest van de dag (Ishiguro) reist voor mij nog aldoor door Zuidwest Engeland, zijn melancholie als een zwart wolkje om zijn hoofd

Hollandse landschappen
Hollandse landschappen
vind je alleen nog aan muren

Eenzaamheid
O, eenzaamheid, wat ben je mooi,
al besta je niet eens.

Het leven 1
Het leven is één groot rouwproces.

Met wie samen
De enige met wie we
altijd echt samen kunnen zijn
is onszelf.

Het leven 2
Leven is verlies nemen,
voor lief nemen,
omhelzen.

Actualiteit
Alles wat van waarde is,
wijkt voor de actualiteit.

Het leven 3
Het leven is ongrijpbaar.

Het leven 4
Leven is het leven opmaken.

* * *

Onbedoeld kunstwerk       
12 februari 2004
In het donker op de A9 in Amstelveen trof mij een langwerpig, enkele verdiepingen hoog glazen gebouw langs de snelweg. Achter alle ramen brandde een geelwit licht dat de duisternis rondom het gebouw wegduwde en liet zien hoe mysterieus leeg het daar binnen was.

Wat een prachtig... ding, ging het door me heen. Ondanks dat het gebouw zelf weinig architectonische verdiensten toegedicht konden worden, betrapte ik mezelf erop dat ik wilde geloven dat het een kunstwerk was. Niemand zou daar zo'n gebouw neerzetten als het vervolgens leeg zou blijven staan, dus kon het geen normaal kantoorgebouw zijn. Las je niet overal dat er te veel kantoorgebouwen in Nederland waren, dat de leegstand van kantoren schrikbarend was toegenomen? Een kunstenaar kon in zijn gedrevenheid fondsen hebben geworven om met dit grootste gebaar anderen te doordringen van die lichtende leegte. Artistieke argumenten genoeg: leeg is de lotsbestemming van bijna iedereen hier: het kantoor, waar we almaar verder verkantoriseren. 'Past dat wel bij ons, zitten wij wel zo in elkaar? Wakker worden, allemaal,' zegt dan de kunstenaar. Zelf had ik op mijn manier het kantoorthema in een roman uitgewerkt (zonder dat overigens één recensent dat aspect had opgemerkt). En was niet een van de meestgelezen boeken uit onze literatuur Het Bureau?

Een paar weken later reed ik de andere kant op en sloeg bij Amstelveen de A9 af richting Ouderkerk. Een nuchter motregendaglicht lag over de weilanden, de weg en de gebouwen. Recht voor me dook 'mijn kunstwerk' op. Een groot bord ervoor luidde: Kantoorruimte te huur.

Later zag ik dat de gevel niet meer van puur en transparant glas was; namen en logo's van de daar kantoor houdende bedrijven bedekten de glazen puien.

Maar wat let mij, en anderen, om dat gebouw te blijven zien zoals het eerst was, leeg en lichtend in de nacht, als een kunstwerk?

Huurcommissie
Er is woningnood, kamerhuurders worden uitgebuit, en bestuurders 'doen er wat aan': de huurcommissie. Elke verhuurder moet zich houden...aan een puntensysteem, keurig door goedwillende bedenkers bij het ministerie van VROM bedacht. Maar hoe gaat het in de werkelijkheid?

Kamerzoekend meisje belt aan bij een huis waar een verdieping te huur is voor 800 euro, inclusief. 'Heb je ja gezegd?' zegt haar vader verbijsterd. 'Ja, wat moet ik anders?' 'Nou, je kan toch zeggen dat er een puntensysteem is?' 'Ja, en dan krijgen wij die verdieping niet.' 'Dat kan toch niet zomaar?' '10 anderen die anders wel "ja" zeggen tegen 800 euro, dus wat wil je nou?'

Vader jut dochter op. Dochter naar huurcommissie. Aardige man of vrouw zegt: 'Ja, ja, ja. Denk er rustig over na. Het kan zijn dat je niet meer lekker woont als je ons inschakelt.' 'Inderdaad,' zegt het meisje, 'volgens mij gaat die hospita me wegtreiteren, zo iemand lijkt het me wel. Die pikt dat nooit.' 'Denk er rustig over na,' zegt de meneer of mevrouw van de huurcommissie, en geeft het meisje een goudkleurige enveloppe mee vol regels en voorschriften, formulieren en mooie woorden als 'huurbescherming'.

Het meisje kent de woningmarkt, want ze was al een tijd op zoek. Met de VROM-paperassen in de hand rekent ze uit dat ze op basis van het puntensysteem hooguit 500 euro zou mogen betalen, zeg 100 euro erbij voor gas, water en licht. Ze betaalt 200 euro te veel. Maar ze blijft daar wonen en ze blijft 30% te veel betalen, zoals almaar meer kamer- en verdieping- en huishuurders. Want woningnood.

En in alle Nederlandse steden en stadjes gaan dagelijks vele, vele mensen die bij de huurcommissie werken naar hun werk. Ze voelen zich prettig, ze hebben leuk, zinvol werk. Ze doen geen kwaad maar goed, houden ze zichzelf voor.

En de makers van wetten en regels bij VROM en in de Kamer zijn bezig met nieuwe wetten en regels om andere problemen zogenaamd op te lossen. Ook zij kijken met genoegen terug op wat zij gecreëerd hebben: 'De mensen hebben wél eigen verantwoordelijkheid. Als ze wíllen, treedt de overheid op, als ze het niet willen, tja, dan is het hun eigen schuld.'

En in de werkelijke wereld, een heel andere dan de nepwereld van nepregelingen en nepbaantjes gaan de mensen door te hoge huren te betalen. Genept worden ze dag in dag uit, maand in maand uit, niet alleen door werkelijke hospita's en huisbazen, maar ook door even werkelijke nepambtenaren die eeuwig blijven doen alsof alles keurig is geregeld.

Af en toe klinkt er in een Hollands huis zonder dat daar ruzie heerst, zomaar lijkt het, een ijselijke kreet. Machteloze woede klinkt erin door... van een mens, een vader, zijn dochter... of van een of andere schrijver.

* * *

Portugals eigenheid
26 augustus 2001
Zoiets gebeurt nog zomaar in Portugal ergens in 2000. Op tv een juichend jongerenprogramma, overlopend van kinderlijk optimisme. Tussendoor: een van de grootste zangeressen van het land: Dulce Pontes.
Natuurlijk, ze moet haar nieuwe cd ‘O primeiro canto’ promoten. Maar ze kiest niet voor een ‘makkelijk’, aansprekend nummer, ze zingt het plechtige, mystieke ‘Porto de mágoas’.
De koppies blijven vrolijk staan bij al die ernst van tonen en tekst, die ze verstaan maar niet bevatten. Ze weten niet wat ze horen.
In de stilte voor het laatste deel beginnen ze geestdriftig te klappen. Dan schrikken ze en verstommen als de zangeres verder blijkt te zingen.
Portugal is in sommige opzichten een rijk land, waar gedreven kunstenaars als Dulce Pontes aan argeloze jongeren nog het mooiste doorgeven wat ze te bieden hebben.

Mariza in Alkmaar, en Lissabon
3 augustus 2001
Haar begeleiders beginnen te spelen terwijl zij nog niet op het toneel is. Ze spelen gedreven, scherp. Onzichtbaar is ze ook nog als haar stem klinkt: krachtig, kortaf wiegend en met een vleugje zelfspot. Dan verschijnt ze, lang alsof ze op stelten loopt die onder haar hoge strokenrok verborgen blijven, mager is ze als een slachtoffer van hongersnood, deze Afrikaans-Portugese met geblondeerd kroeshaar. Een nieuwe fado-ster, dat is de zaal al snel duidelijk.
Ze houdt voortdurend contact met de zaal (heel anders dan Dulce Pontes, die, zoals ik hoorde, laatst bijna een heel concert lang haar ogen stijf dicht hield). Het publiek klapt hard, maar Mariza niet hard genoeg. Mariza wendt de zijkant van haar hoofdje naar het publiek en brengt haar ene hand met trage, wijde zwaai naar haar oor. Het publiek begint meteen harder te klappen. Bij 'A gente da minha terra' blijkt dat haar stem tragische diepten kan opzoeken. 26 jaar is deze moderne Amália.
Enkele weken later op de Portugese tv een interviewer en diverse fadista's, waaronder de grote Carlos do Carmo. Naast hem zit een bedeesd meisje: Mariza in Lissabon.

Herontdekking
5 mei 2001
Waarom is Dér Mouw zo'n fantastisch dichter? Waarom moet een volk blijer zijn met zulke dichters dan met bungalowparken, autosnelwegen en noem maar op? Om dat te kunnen begrijpen, moet je eerst de verstilde stemming opzoeken die nog altijd tot je mogelijkheden behoort, bijvoorbeeld d.m.v. de contemplatieve pianomuziek van Debussy of Ravel. Daarna de gedichten van de new-ager-avant-la-lettre Dér Mouw tot je nemen. Zoals alle kunstwerken zijn zij er niet om kapotgepraat te worden maar om te worden ondergaan:
Je lijkt op iemand, en 'k weet niet, op wie.
Wel weet ik, dat ik niet voor 't eerst je zie.
Eerst dacht ik: lijkt ze niet op 't meisje, dat
toen 'k jongen was, ik 't eerst heb liefgehad?
Maar 'k weet nog goed, hoe 'k toen verwonderd keek
naar háár gezicht, op wie ze eigenlijk leek.

Mijn Turkse 'Haar-Specialist'
1 mei 2001
'Van niets in mijn nek,' zeg ik, 'tot 2 cm lang bovenop, graag.'
'Nee, beter 3 cm.' Hij geeft met duim en wijsvinger zeker 5 cm aan. Ik ga akkoord.
Na het onvermijdelijke tondeusebegin knipt hij met ouderwets snelle schaarbewegingen. 'Beetje kunst,' zegt hij.
Haartjes in mijn nek verwijdert hij op de meest natuurlijke manier: door te blazen.
Mijn Nederlands neemt gebroken vormen aan.
Na nog geen kwartier is hij al toe aan het nek-uitscheren. Hij loopt bij me weg. Hij komt met een grote wattenstaaf op me af. Het ene uiteinde heeft hij in brand gestoken. Hij houdt het bij mijn oren. Ik zie vlammen en rook van mijn oren af slaan. Ik ruik een doordringende lucht van verbrand haar.
Mijn gezicht staat kennelijk gealarmeerd want hij roept: 'Nee, ik specialist.'
Ik lach, niet helemaal gerustgesteld.
Hij verricht de laatste handelingen. 'Ik ook snelle kapper.'
Hij houdt de handspiegel achter mijn hoofd en ik zeg: 'Mooi.'
Ik zie een excuserende uitdrukking op zijn gezicht verschijnen en hij zegt: 'Beetje weinig haar.'

Spelen
25 april 2001
Een dominante hond krijg je niet gauw aan het spelen. Dat strookt niet met zijn ponteneur. Ook kunnen er tijdens het spel, dat tegen menens aan zit, verwarrende rangordeproblemen ontstaan met het baasje. Maar tegen etenstijd wil Cas wel spelen. Mijn hand wordt een prooi waar hij zich grommend op stort en altijd weer net iets te hard in hapt. De bal wordt met onwaarschijnlijke snelheid gearresteerd en mee teruggenomen, maar niet om hem aan mij te geven. Erop kauwend en zijn kop op en neer bewegend daagt hij me ermee uit. Loslaten is er niet bij, of je moet hem pijn gaan doen door zijn lippen tegen zijn kiezen te drukken zodat hij z'n bek wel open moet doen. Pas heb ik z'n eten klaargemaakt en bedenk opeens: vergeten met hem te spelen. Boos blaffend gaat hij mee naar de kamer. Ik gooi de bal. Hij stormt erop af, pakt 'm grommend op, rent naar me terug, smijt de bal voor me neer en holt door naar de keuken.

QED: hij neemt me voortdurend in de maling, en ik wil voortdurend in de maling genomen worden.

Dominantie
15 april 2001
Mijn elfjarige schapendoes-reu Cas is dominant, oftewel hoograngig geboren. In weinig mensen of honden erkent hij zijn meerdere. Wil iemand hem aaien, dan keert hij zich hooghartig af. Adel verplicht, dus neemt hij verantwoordelijkheid. Hij verdedigt aangevallen hondjes, bemoeit zich sowieso met elke hondenruzie, remt met gegrom al te hard voorbij stormende honden, hoe groot ook, af tot laten we zeggen schapensnelheid, en beschouwt elk lekker ruikend teefje als zijn van de natuur gegeven bezit.

Heb je in de scheikunde de lakmoesproef, in de roedeldierenkunde heb je de Cas-proef. Al van jongs af aan was hij niet aardig tegen mannen, uitgezonderd de echt dominante types. Bij een ontmoeting met dergelijke mannen ontstaat er bij Cas, zodra hij hun geur opsnuift, een merkwaardig soort mengeling van blijdschap en vereerzucht. Zijn staart begint sneller dan normaal te kwispelen, hij hapt ze in hun hand en stoot soms zelfs een puppy-achtig gepiep uit. Het is altijd weer interessant om zijn reactie te bestuderen als hij voor het eerst een mannelijk persoon ontmoet. Ik weet dan wat voor vlees ik in de kuip heb.

Beetje irritant soms, bijvoorbeeld als jouw door jou dag in dag uit zo goed verzorgde hond je jongere broer met veel gekwispel en gepiep ijskoud boven jou stelt. Maar het is niet anders.

India of het optimisme
31 januari 2001
Jarenlang hing in m'n wc een foto van een bruisend Indiaas straatbeeld: een bestelauto, allerlei riksjafietsers en voetgangers, allemaal op de weg, allemaal pratend, of kijkend en in gedachten bezig in hun leven. Op de achtergrond en links en rechts gebouwen. Midden op de weg een koe. Vanwege die koe is de foto genomen. Een aantal mensen kijkt naar iets buiten beeld, ik zal nooit weten wat. Ze kijken over de koe heen; die is zo normaal, die zien alleen wij. In de loop der jaren heb ik die mensen steeds beter leren kennen, gewoon aan hun gezichten, hun stemming, ongeveer zoals je vroegere klasgenoten kent. Het is verbijsterend dat ze allemaal bestaan, in een wereld die zo anders is en toch hetzelfde. Zij hebben eenzelfde soort complex van illusies als wij, dat zie je aan ze. Daar teren ze op. Misschien wat minder illusies dan wij in onze overdaad.
En nu heeft die aardbeving daar plaatsgevonden. Honderden van dergelijke straten, hele steden, liggen totaal in puin. Hier kan zelfs Candide niet meer tegenop. Nooit zal het meer nodig zijn, zou je zeggen, om te stellen: er is geen behoefte aan optimisme. Of, met Schopenhauer sprekend: het is een hoon over het naamloze lijden van de mensheid. Zeker niet als je de beelden aansluitend ziet van een geoloog voor zijn computer: het is allemaal heel eenvoudig, India drijft tegen het continent aan en dit is een van de vele, kleinere aardbevingen in niet eens het gevaarlijkste gebied. En, hoe je het ook wendt of keert, wij zijn maar aardlingen. 

Terug naar de Ardèche
17 januari 2001
Modern leven is zorgeloos leven. Van alle gemakken voorzien, toch? Nou ja, de bureaucratie thuis loopt een beetje uit de klauw. Misschien realiseren we het ons niet zo omdat we het ons liever niet willen realiseren. 
Een paar voorbeeldjes. Als je wat koopt blijft het niet bij bon en simpele gebruiksaanwijzing. De gebruiksaanwijzing vergt een gedegen studie waarvoor je vwo moet hebben, de bon moet je kopiëren, je moet brieven versturen om de garantie te regelen en om milieukorting te krijgen (die je deels als verwijderingsbijdrage hebt betaald). De gemeente waar je woont onderhoudt voortdurend contact over allerlei belastingen, procedures en initiatieven. De fiscus was altijd al erg, maar doet er met nieuwe taken (zoals zelfstandigen in en uit het ziekenfonds jojoën), bij elke belastingvereenvoudiging doodleuk scheppen bovenop. We gaan Italië achterna, misschien Brazilië zelfs, denk ik wel 's. Maken de bureaucraten fouten, dan hebben ze het helemaal voor elkaar, want dan moet jij hén achter de vodden gaan zitten. De situatie van jij-bent-er-voor-ons-wij-niet-voor-jou is dan duidelijk bereikt.
Jaren geleden ging ik met partner en kind van nog geen één in de Ardèche wonen. Zonder auto. Op een half uur lopen van het dichtstbijzijnde dorpje. Het schrijven hield op. Dat was jammer. Maar er kwam iets even ongrijpbaars als waardevols voor in de plaats: een eenvoud van leven en een bijbehorende rust die ik alleen van m'n kindertijd ken. Ik meen hem op tv wel 's terug te zien bij boeren in Oost-Europa en mensen in de Derde Wereld. 
Na een jaar keerden we terug in de mallemolen van de beschaafde wereld. Ik herinner me mijn verbijstering bij de eerste acceptgiro die in de bus viel: mijn naam stond erop. Was het kijk-en-luistergeld dat betaald moest worden? Daar ging het niet om. Het absurde was dat 'ze' zich ergens van jouw doen en laten op de hoogte hielden. Ze wisten dat jouw hart klopte en je longen ademhaalden en dat er dus tol betaald moest worden, voor wat dan ook. Kennissen reageerden verbaasd op mijn gevoel van beklemming. Zij waren aangepasten en wilden niet beter weten. Een simpel wezen ergens binnen in me vond mijn reactie niet meer dan normaal.
De wereldwijde 'vooruitgang' dreigt een eind te maken aan die simpele wezens binnen in ons, die zoogdieren onder de blauwe oneindigheid. Het privé-leven zal zich moeten afspelen in een almaar dichter netwerk van regels en voorschriften. Op het laatst zal bijna overal bijna alles geregeld zijn. Bijna overal zullen de mensen in hun huis een complete administratie moeten voeren, zelfs de eenpersoonshuishoudens. 
Een gedeeltelijke redding lijkt mogelijk: je geeft al die onzin een plek en een tijd in je leven. Je benut een halletje, vliering of bezemkast, spaart alle bureaucratische rotzooi op en gebruikt een minder waardevol uur van je week om je door de boel heen te werken. Voor het overige: 'terug naar de Ardèche'.

Dank, Carlos Drummond de Andrade
10 december 2000
Bij het lezen van de laatste gedichten van Carlos Drummond de Andrade stuitte ik op dit juweeltje (vertaling BK):

Escravo em Papelópolis
Ó burocratas!
Que ódio vos tenho, e se fosse apenas ódio...
É ainda o sentimento
da vida que perdi sendo um dos vossos.

Slaaf in Papierstad
O, bureaucraten!
Wat haat ik jullie, en bleef het maar bij haat...
Er is ook nog het gevoel
van een leven verloren als een van jullie.

Drieteenstrandlopertjes
9 december 2000
Vijftien jaar geleden zag je ze 's winters veel op de vrijwel verlaten stranden: groepjes kleine strandlopertjes die als gekken met de golven op en neer renden. Mijn tot jagen geneigde hond stoof op ze af, grommend als ze met hun tergend hoge gefluit wegvlogen. Dat was genieten. 
Ze zijn bijna weg uit dit land dat bijna geen land meer is. Met z'n tweeën of helemaal alleen zie je ze een enkele maal met de golven meedribbelen. Logisch, op een strand waar je altijd wandelaars, honden, hardlopers en ruiters ziet, allemaal langs die waterlijn waar de strandlopertjes het van moeten hebben. Laatst zelfs mountainbikers, de koppen fanatiek op oneindig en nul tegelijk, zo snel mogelijk de hele kust af. Het land kan niet klein genoeg zijn.
Mijn huidige hond, een ras van herders, keurt de beestjes geen blik waardig. Ik verbaas me over het lot en de volharding van die paar resterende strandlopertjes, die langer lijken te leven dan mijn honden. Als ik ze nu zie, jaag ik ze niet op maar kies ik ruller zand.

Prachtige foto's op:
http://natuurbeleving.scene24.net/

Het kwaad en nederigheid
3 december 2000
Ik maakte me kwaad, wilde aan de kaak stellen, deed dat, en toen kwam er een e-mail uit Portugal. Kritisch journalist Carlos Cardoso vermoord in een van de hoofdstraten van de hoofdstad van Mozambique, een land waarin niet domheid, halfslachtigheid of hufterigheid regeren, maar het kwaad. Zoiets maakt nederig. 

Borst en Vermeend en dergelijken dus maar hun gang laten gaan? Nee nee: de nederigheid hebben om je ook tegen kleiner onrecht te weer te stellen.

Zoals de wind waait, waait m'n rokje
26 november 2000
Minister Borst. Heel lang wilde het er bij mij niet in dat ook zij, net als wandelend misverstand Vermeend, echt heel erg is. Maar nu moet ik het erkennen, al kan ik bij haar nog altijd niet de bekende boze-opzet-vermomd-als-heilig-vuur bespeuren.
Dankzij Borst en de beide Kamers hebben we nu een wet die alle zelfstandigen met een fluctuerend inkomen (groenteboeren, loodgieters, literaire vertalers, ondertitelaars, kunstenaars enz.) voortaan het ziekenfonds in- en uitjojoot. Duizenden guldens kost het die zelfstandigen elk jaar, maar ze moesten geholpen worden... Zelfstandigen die heel veel geld in een zogenaamde vaste-premiepolis hebben geïnvesteerd, zijn dat geld in één klap kwijt. Enzovoort enzovoort.
Een hele uitvoerende instantie is er in Enschede voor in het leven geroepen. Bel ze eens en huiver zoals je nog nooit gehuiverd hebt. Geboren bureaucraten, kleine uitvoerende instantietjes op zich, dagelijks braaf naar hun 'zinvolle' werk gaand. 
De nieuwe regeling komt niet alleen voort uit misplaatste hulpvaardigheid en misplaatst idealisme (meer werkgelegenheid), maar ook uit nijd en sadisme: wij bureaucraten gaan die vrije ondernemertjes pakken. 
Wat heb je als zelfstandige, waar doe je het voor als je er goed over nadenkt: vrijheid. Vrijheid is een gevoel van vrijheid. En door zelfstandigen elk jaar met een brief van de fiscus het ziekenfonds in of uit te gooien, ontneem je ze (op z'n minst tijdelijk) dat benijdenswaardige gevoel van vrijheid. Heerlijk vinden de jaloerse bureaucraten dat, want heel diep in hun verloren harten zouden ze ook vrij willen zijn, maar ze hebben het hart niet meer. 
Vijfendertigduizend-veertigduizend bezwaarschriften, vorig jaar meteen al. Het mijne is nooit beantwoord. 
Als een wet echt absurde gevolgen heeft, dan hebben we een Tweede Kamer en een Eerste Kamer om er wat aan te doen, dat zal dus wel gebeurd zijn, zeggen weldenkende Hollanders die zelf buiten schot blijven. Maar dat is dus niet gebeurd. De wind kwam toevallig uit een verkeerde hoek, dus lieten de ambtenaren en politici en masse hun jasjes en rokjes de verkeerde kant op waaien. En zo kwam het dat een paar zieke figuren tienduizenden zelfstandigen het ziekenfonds in konden duwen om ze er volgend jaar weer uit te gooien enzovoort.
Voor de bureaucraat is levenskunst: nergens voor staan.
Laten we het onder ogen zien: als Eichmann nu zou leven, een jaar of 40 zou zijn en in de Haagse politiek zou zitten, dan zou hij een zeer geziene en gewaardeerde ambtenaar dan wel politicus zijn, een waar voorbeeld voor de collega's, met voortreffelijke carrièreperspectieven. 

Mónica Triga, een Hollandse fadista 
20 november 2000
Toen Mónica Triga zich afgelopen zaterdagavond in het Amsterdamse Pleintheater presenteerde met Hollandse opgeruimdheid en in onvervalst Hollands idioom, dacht ik even mijn komst te zullen betreuren: ik hou vooral van de tragische fado, en die wordt je, als het even kan, rauw in het gezicht geschreeuwd door een volks mens, wat zelfs Amália in zekere zin was. Mónica zei dat ze van Portugese volksmuziek hield, en die ken ik vooral van gênante programma's op de Portugese tv. Bovendien vertelde Mónica dat ze haar hele jeugd een hekel aan de fado had gehad.
De ommekeer was teweeggebracht door een fado van Carlos do Carmo, 'Lisboa, menina e moça'. En die ging ze zingen. Geen tragische fado, maar wat prachtig! Het is te hopen dat dat nummer, dat de Portugese Mónica Triga tot leven moet hebben gewekt, op de cd komt die in de maak is. Daar zullen dan ongetwijfeld ook de Afrikaanse, swingend-folkloristische, Kaapverdische, jazz- en tragische-fado-elementen op te vinden zijn die haar optreden zo geslaagd maakten. Portugese bezieling die het won van Hollandse zielloosheid.

Wie is er voor wie
12 november 2000
Het woord 'minister' betekent dienaar. Volgens Laozi zijn goede bestuurders dienaren. De dienende mens is sociaal, voelt zich verbonden met de meenschap en stelt zijn talenten in dienst ervan. De heersende mens voelt zich boven de gemeenschap verheven, hij is eenzaam. We hebben ze allemaal allebei in ons, lijkt me. Veel mensen die wat voor vorm van macht krijgen, neigen ertoe de heerser of heerseres uit te gaan hangen. De arrogantie van de macht bestaat. Kijk maar naar sommige lokettisten, conducteurs, portiers, politieagenten, gemeenteambtenaren, topambtenaren. Wat voel je je soms overgeleverd aan omhooggevallen figuren. En wat ben je blij met hun menselijk gebleven tegenpolen. Kijk en luister naar Kamers van Koophandel, minister Vermeend, het Nederlands voetbalelftal enzovoort. Bij al die 'machthebbers' zie je soms die merkwaardige omkering: eerst waren ze er voor de anderen en hadden ze een schone, dienende taak, maar ergens in hun leven is het fout gegaan en hebben ze die ommezwaai gemaakt die hen ongelukkiger zal maken. 

Het GAK, uitvoerende instantie, nu UWV
2 november 2000
Ik heb nogal eens moeite met uitvoerende instanties. De mensen die er werken hebben hun verantwoordelijkheidsgevoel min of meer ingeleverd. Wat in mijn ogen dreigt te ontstaan is een land waarin het merendeel van de mensen klakkeloos uitvoerende instantietjes geworden zijn. Sommigen beseffen dat dan nog en kunnen sympathie wekken. Anderen, ik denk nu even aan een mevrouw in Twente, zijn er trots op dat ze jou vanuit hun door Vermeend en Borst gecreëerde baantje het peperdure ziekenfonds in mogen bonjouren. Als een telefoonstem kon doden... Maar in de meeste gevallen zullen we wel niet zonder van die uitvoerende instanties kunnen. Of moet er soms toch iets gebeuren?
Stel, je bent loodgieter en werkt bij een groot bedrijf. Dat bedrijf heeft veel werk en is zo tevreden over je dat het je telkens nieuw werk geeft. Als zelfstandige/ondernemer neem je dat werk natuurlijk aan als de voorwaarden gunstiger zijn dan bij andere bedrijven. Heb jij het even mooi voor elkaar: je wordt gewaardeerd en werkt nog met plezier ook.
Dan krijg je een brief van het GAK: je moet voor andere bedrijven gaan werken want de uitvoerende instantie constateert te veel binding tussen jou en dat bedrijf. Het GAK moet dat van de politiek verbieden. Vertwijfeld verzet je je. Maar ambtenaren zijn taaie rakkers en de meeste andere loodgieters doen elk jaar in vredesnaam maar wat de ambtenaren verordonneren. Op het laatst zwicht je en ga je tegen een mindere beloning en in mindere omstandigheden bij andere bedrijven werken.
Maar dat kan in het Nederland van Annemarie 'La Bamba' Jorritsma toch niet? hoor ik mompelen.
Wel dus. Sterker nog, het gebeurt elk jaar met een heleboel ondertitelaars en andere zelfstandigen werkzaam in de audiovisuele sector. Zij moeten elk jaar een zogenaamde 'ovav' aanvragen. Zij worden telkens weer opgejaagd, als ganzen door boeren. Alleen zeggen de politieke en bureauboeren ook nog dat ze je voor je eigen bestwil naar het volgende weiland jagen. En ganzen kunnen alleen maar wegvliegen en gakken, verweren kunnen ze zich niet, toch?

Over schrijvers 
29 oktober 2000
Een schrijver is een stuk verdriet dat van narigheid ondergronds gaat. Daar stuit hij, als hij geluk heeft, op goud- en diamantaders.

Over geverfde haren van Dolle Mina's
21 oktober 2000
Een Dolle Mina pur sang was boos op ex-Dolle Mina's die hun idealen zouden hebben verraden door hun haar te verven enz. Om het met een vertaalfout te zeggen die gemeengoed is geworden: misschien heeft ze een punt. 
Puur natuur of bedrog? Ze mogen het zelf uitkibbelen. Maar nu ligt de vraag er: waar sta je zelf? Mogelijke antwoorden lopen om je heen en zie je op tv: aan de ene kant sterren als Joan Collins en Cher, die zich rücksichtslos laten verbouwen, korte metten makend met originele details, aan de andere kant bijvoorbeeld een Bosnische boerin van amper veertig met wat piekjes grafgras op haar hoofd en de povere resten van haar gebit bloot lachend... Een huis zonder originele details verkoopt niet, maar een bouwval valt ten prooi aan de bulldozer.
De homo ludens vindt hier een uitweg, spelend met zijn illusies, wat jaartjes smokkelend door de haren te verven, braaf tanden poetsend, woekerend met uitstraling van nog aanwezige energie en originele details. 
Sommige Dolle Mina's waren gewoon ludieker dan andere.

Politici
12 oktober 2000
Of het nu om de Molukkers gaat, het Groene Hart, de Betuwelijn, toelating van asielzoekers of uitzending van vredesmachten, steeds zie je dat politici zich zo lang mogelijk op de vlakte houden. Na allerlei overleg of geharrewar is op den duur sprake van een voldongen feit of een bijna-voldongen feit en dan vernemen we hun besluiten. Politici spelen slechts dat ze de ontwikkelingen bestieren, en soms zijn ze even belachelijk als de vorst van een koninkrijkje in Noord-Afghanistan uit De strijd om het licht, die 's ochtends zijn onderdanen bijeenriep om ze te laten zien dat de zon gehoorzaamde aan zijn bevel 'Zon, kom op'. 
Vaak wil ik in opstand komen tegen al die halfhartigheid, al dat gebrek aan visie, maar misschien is het nog het beste zoals het nu gaat. Misschien doen politici, juist door hun jasje altijd zo te laten waaien zoals de wind waait, heel af en toe dat hele kleine beetje goed dat binnen hun macht licht. En misschien worden alle andere samenlevingen ook alleen maar zogenaamd door politici bestierd en evolueren ze in een heelal zonder zekerheden als een soort organismen. 

Over ongerief en inspiratie
8 oktober 2000
Vroeger dacht ik dat een volkomen veilige kamer het beste zou zijn om te schrijven, onbedreigd en onbekommerd. Wie weet was een bunker het summum. 
Helemaal mis. Een paar jaar geleden liet ik een dakkapel op mijn huis zetten om nu eindelijk eens een fatsoenlijke werkkamer te krijgen. De dakkapel, een licht geval, schudde en kraakte bij stevige wind als een zeilschip op zee. Hij leek zo aan flarden te kunnen waaien. Ik las in die periode over waarom er vroeger in Japan zo licht en ondegelijk gebouwd werd: bij de eerstvolgende tyfoon ging het huis eraan. Degelijke bouw had geen zin. Japanners waren extreem doordrongen van de tijdelijkheid van het bestaan. Ik moest denken aan Schopenhauers uitspraak 'zonder de dood geen kunst of muziek'. Ik begon mijn onveilige werkkamer te waarderen.
Elk boek is onderdeel van een periode in je leven, is die periode voorbij, dan kun je dat boek niet meer schrijven. De wereld wemelt van de ongeschreven boeken. Ik begon Het ijzeren heden te schrijven met een gevoel van nu-of-nooit. De kwetsbaarheid van mijn werkkamer was een enorme steun. Als het waaide, en de windvlagen me doodsangst aanjoegen (alle angst is doodsangst), wist ik weer waarom schrijven in het algemeen en Het ijzeren heden in het bijzonder moesten, bijna net als ademhalen. 
Nu hoor ik kauwen tussen de pannen pikken. Ik weet dat ze soms de flexibele pasta tussen de vorstpannen wegpikken. Meermalen is het gebeurd dat ik achter mijn tafel een straaltje regenwater op mijn hoofd kreeg. 
Ik hou van die kauwen, ik ben ze dankbaar.

Ecce homo
2 oktober
Onlangs vertelde ik iemand hoe een onvergetelijke indruk een BBC-documentaire jaren geleden op me had gemaakt. Ik was 'm al aardig aan het vergeten, besef ik nu.
China. Een jongen staat voor een restaurant op straat te koken. Hij is druk in de weer, roert in pannen, voegt ingrediënten toe. Een vrouw komt met haar dochtertje langs, bukt zich en wijzend overlegt ze met haar kind. Ze zijn in opperbeste stemming. De vrouw praat met de jongen, hij knikt, en de vrouw en het meisje lopen het restaurant in. De jongen draait zich om, bukt zich en gaat een grote kooi achter hem in. Er zitten katten en honden in de kooi. Ze rennen krijsend en jankend rond. Terwijl de jongen een kat uitkiest, trapt hij een andere kat op zijn poot. Je ziet dat die poot breekt. Hij sluit de kooi achter zich. De kat houdt hij gedachteloos bij z'n nekvel. Hij doopt de kat in een grote ketel kokend water en trekt het vel van het dier af. Hij zet de nu spierwitte kat op de grond, pakt een pan, gooit er olie in en zet hem op het vuur. De kat staat te op de grond te schreeuwen. Hij lijkt verbaasd om wat hem is overkomen. De jongen roert aandachtig in andere pannen en pakt de kat op. 
Verder kon ik niet kijken. Die witte kat, in China de gewoonste zaak ter wereld, daar kan geen zwarte kat van Edgar Allan Poe tegenop. In mijn gedachten staat ie daar nog, iets zeggend wat ik niet wil horen of weten. Over de mens en wat die waard is. Een Hollandse reactie hierop zou zijn: 'Dat moet niet kunnen'. Maar hoeveel mensen wonen er in China? En zijn mensen in andere landen beter?
Voor mij is die witte kat een wereldschokkend ecce homo.
Voor een m.i. troostrijkere, tegengestelde blik op de mens klik hier...

Webgevoel
28 september
Als ik aan een roman werk en het wil lukken, dan heb ik vaak een gevoel van een enorme rijkdom, een gevoel verbondenheid met alles en iedereen. De Brahmanen, waaronder onze eigen dichter Dèr Mouw, spreken van 'dat zijt gij', de niet-individuele kant van de mens. 
Ook een Isaac Singer kon het mooi zeggen in een verhaal over twee blaadjes die verliefd op elkaar zijn maar gaan vallen want het wordt herfst: 'Trufa werd wakker en merkte tot haar verbijstering dat ze niet meer aan de boom hing. De wind had haar eraf geblazen terwijl ze sliep. Ze voelde zich nu heel anders dan toen ze nog aan de boom zat en bij zonsopgang wakker werd. Al haar angsten en zorgen waren verdwenen. Haar ontwaken ging gepaard met een bewustzijn dat ze nog nooit gehad h ad. Ze besefte nu dat ze niet alleen maar een blad was en speelbal van de wind, maar dat ze deel uitmaakte van het heelal. Ze was niet meer klein, zwak of vergankelijk, maar onderdeel van de eeuwigheid. Door een mysterieuze kracht begreep Trufa het wonder van haar moleculen, atomen, protonen en elektronen - de enorme energie die ze vertegenwoordigde... Datgene waarvoor ze alle dagen tussen april en november bang geweest waren, bleek niet de dood te zijn maar de verlossing.' I.B. Singer, 'Ole en Trufa', uit Kinderverhalen, p. 174. 

Geduld
26 september
'15 files', zei mijn wekkerradio vanochtend, een heerlijke wetenschap als je er zelf sinds kort niet meer in hoeft te gaan staan en je zelfs nog een keer kunt omdraaien. 
Ik begon te denken aan al die mensen kruipend op weg naar hun werk. Het gejakker als de stroom in beweging komt, de stress en de conflicten. Iedereen roept maar dat veel mensen geen geduld meer hebben, maar het tegendeel is waar: ongelooflijk veel mensen hebben ongelooflijk veel geduld.

Liefde
25 september
Rommelmarkt in de wijk. Een meisje staat met een jongen hand in hand bij een kraam. Haar moeder zit erachter. Er ligt allemaal kinderspeelgoed te koop uitgestald, waaronder een klein kinderskateboard. 'Hé, m'n ouwe skateboardje,' zegt het meisje, het skateboard betastend. 'Heb jij daarop geskatet?' zegt de jongen. Het meisje knikt. 'Ahhh,' zegt de jongen, vertederd naar het skateboardje kijkend, en hij omhelst haar en knuffelt haar. Dan lachen ze samen, om wat niet meer te achterhalen is.

De Zuid-Molukkers in Nederland
23 september
Als je de beleving in Nederland van de problemen op de Molukken vergelijkt met de beleving in Portugal van soortgelijke problemen op Timor dan schrik je en ga je je schamen. Overheerst hier in Nederland een nuchtere, bijna openlijk onbetrokken houding, een met de mond belijden, in Portugal zie je een enorme emotionele betrokkenheid, die zich ook politiek uit. Historische verschillen spelen hierbij natuurlijk een rol, maar toch. 
Het kabinet wil praten met de Molukkers als er hier problemen dreigen. Was het kabinet gaan praten voor het tot bedreigingen kwam, dan had het geloofwaardig kunnen zijn. Het lijkt erop dat het kabinet wil pappen en nathouden. En dat met Molukkers van de derde en zelfs vierde generatie. Bij hen is de pijn chronisch geworden.
Ter vergelijking: de betrokkenheid in Nederland bij de gebeurtenissen in Kosovo is opvallend, maar daar was de grote boosdoener Servië. Met het beschuldigende vingertje wijzen, dat doen we graag. Wat de Molukkers betreft is de oorspronkelijke grote boosdoener Nederland zelf. 
Daarbij komt nog: de Hollanders met hun realiteitszin kunnen maar weinig oog hebben voor gevoelens, of het nu die van henzelf of die van de Molukkers betreft. Wees nou redelijk, wordt er almaar gezegd, wees nou reëel. En dat klinkt redelijk. Maar het verleden klopt niet. De Molukkers zijn ooit in zee gegaan met die pragmatische Hollanders en voelden zich sindsdien in de kou gezet. Als het aan de Hollanders ligt zullen de Molukkers altijd in de kou blijven staan.

Alle moraal is betrekkelijk
21 september
Jaren geleden liep ik meermalen per week met mijn toenmalige mensenvriend over het strand, genietend van de strandlopertjes en andere vogels. Op een keer bedacht ik: ik jaag die diertjes de hele tijd op, dit is het recht van de sterkste. In onze zogenaamde beschaving is dat recht taboe, hier opeens niet meer. Omdat je als heilige niet kunt leven en over een gazon lopend al diertjes verminkt en doodtrapt, ben ik blijven wandelen over dat strand, waar je overigens steeds meer mensen en steeds minder strandlopertjes ziet.
Maar om nou dierproeven te gaan doen voor wasmiddelen, dat is een van de vele andere uitersten. Proeven worden nog altijd gedaan met o.a. paarden, honden en poezen. De site proefdiervrij houdt het erg mensvriendelijk. Wat er allemaal precies gebeurt, dat wil je niet weten.

De zigeuners van Driebergen
19 september
De berichtgeving volgend krijg je de indruk dat de Nederlandse autoriteiten wat betreft de zigeuners niet gehinderd worden door enige kennis van zaken. 
Zigeuners leven in familieverband, zien zichzelf meestal als onderweg zijnd, leven in het hier-en-nu, en hebben een bijna dierlijk opportunisme behouden dat bij de niet-zigeuners, de gaje, voor een groot deel verloren is gegaan. Ze hechten meestal amper aan bezit. Hun tradities zijn familietradities, doorgegeven van generatie op generatie. Ze hebben hun eigen rechtspraak in de vorm van de kriss, een soort familieraad. Ze hebben hun eigen (familie-)ethiek, wat niet wegneemt dat ze zich altijd tegen de gaje afzetten. Door hun vrije levenswijze komen ze altijd en overal in de marge terecht, dus in de handel en in de muziek enzovoort, maar ook wel in onderwerelden of aan de verkeerde kant in een oorlog (Kosovo).
Het is uiterst interessant (en in het geval Driebergen ook nog eens vermakelijk) om te volgen hoe het ze verder vergaat in dit overgereguleerde land. 
Wat zou het mooi zijn, bedacht ik onwillekeurig, als zigeuners hier in Nederland zouden kunnen leven zoals zij dat willen, veelal reizend, ongebonden, onvermijdelijk af en toe in conflict rakend met de gevestigde orde. 
Maar zo mooi is het al. Ze weten de weg en anders vinden ze die: gaandeweg. Wie weet gaan ze weer in huizen wonen, maar alleen als zij dat willen, en niet nadat ze eruit gesleept zullen hebben wat eruit te slepen valt, natuurlijk en wild als ze al eeuwen zijn. Prachtig.

18 september
De bureaucratie is een thema in deze kolom. Als je opeens ziet dat het 'natuurlijke' witte Charollai-vee in de Morvan ook oormerken in heeft, weet je dat de bureaucraten sterker zijn. Vluchten kan niet meer, een beetje bestrijden nog wel. Die boeren die niet aan de oormerken wilden, zijn hedendaagse helden, alleen weten weinigen dat.
Ik zag een koe met een half weggerot oor. Bureaucratie is soms misdadig.

..........................................................

Verlaat Nederland, al is het maar voor een korte vakantie, en gekke dingen beginnen op te vallen. 'Traffic Information Centre'. De Wereldomroep kan het nog niet goed uit de bek krijgen, maar was dat niet gewoon de Verkeersinformatiedienst te Driebergen? Jazeker, maar het is ook bedoeld als hele mondvol. KLPD (Korps Landelijke Politiediensten) bundelde krachten met Rijkswaterstaat, en om de spierbundels goed zichtbaar te maken, namen ze een nieuwe naam aan, alsof zij er niet zijn voor ons, maar wij voor hen. 

17 september 2000
Complimenten voor een ondernemer. Het fijne weet ik er nog niet van, maar een ondernemer schijnt een proces te hebben gewonnen tegen verplichte opname in het ziekenfonds. Een overwinning op Vermeend en de uitwassen van de bureaucratie?

16 september 2000
Vertalen is behelpen, zei een oude rot laatst tegen me. Vooral wat betreft boeken vertalen was ik dat even vergeten. Mijn denkfout: stel 90% van het origineel is het maximaal haalbare, na verloop van tijd werd dat mijn 100%, de perfectie. Dat is het lot van de vertaler: streven naar een zogenaamde perfectie die nooit meer wordt dan 90% van de eigenlijke perfectie. 
Vertalen is dus inderdaad behelpen, en geen tikfouten maken, en geen blunders, en niet zondigen tegen het Nederlands taaleigen, en maar blijven proberen zo dicht mogelijk in de buurt te komen van die 90% van het origineel. Voor de anderen. Want vertalen is, zoals alles wat zin heeft, ook dienen.

11 september 2000
Bij een groenteboer in de Morvan opeens de gedachte: o ja, tomaten, die kunnen ook lekker zijn! Gevolgd door een hoofdschuddend: wat een ramp zijn die Hollandse tomaten, aardbeien enzovoort ook. Hollanders zijn goed in handelen, bankieren, wetenschap bedrijven en nog zo wat, maar wat de inwendige mens betreft zijn we niksnutten.

10 september 2000
Jeugdherinnering: op m'n zesde lopend naar school, niet in kinderachtig rijtje met leidster. Trots. 
Maar bij de zebra stond wel de wijkagent de babyboom in goede banen te leiden.

9 september 2000
De Morvan, Midden-Frankrijk, het Lac des Settons tegen de avond. Vreemde stilte. Het meer en de omgeving missen iets. 
Dan weet ik het: het is een stuwmeer. Het heeft niet de tijd gehad voor de sporen van nederzettingen: weggetjes, huisjes, lichtpuntjes in de vallende avond. Het is gemaakte natuur. 
Een rondvaartboot komt langs. In het geeloranje licht toeristische gestalten. Onverstaanbare uitleg uit speakers galmt over het water.

8 september
Het siergras in mijn voortuin heeft zaad gezet. De pluimen wuiven in zuchtjes wind. De herfst ís schitterend (wat kunnen boektitels je toch bijblijven).

5 september 2000
Het leven heeft geen zin, die geven we er elke dag weer aan. Elke nacht waarschijnlijk ook.


* * * * * * *